Skip to main content
EOE
BFX
SX5E
DAX
SPX
NDX
INDU
EUR.USD
TSLA
AAPL
AMZN
ASML
SHELL
Select platform

Verschil tussen Fysieke & synthetische ETF’s | Beleggen in ETF’s

Door Sven van Gasse

04-02-2026

Geschatte leestijd: 6 minutes

ETF's Fysieke ETFs
ETF’s zijn een populaire manier om met één aankoop een hele index te volgen. Maar niet elke ETF doet dat op dezelfde manier. Ontdek het verschil tussen fysieke en synthetische replicatie en wat dat betekent voor uw beleggingen.

Bent u op zoek naar een broker om in aandelen of ETF’s te beleggen, klik dan hier.

Fysieke vs Synthetische ETF’s

Hoewel ETF’s vaak simpel lijken, zit er onder de motorkap een belangrijk technisch verschil: de methode waarmee ze een index nabootsen. Die keuze beïnvloedt onder andere kosten, transparantie en risico. In dit artikel leggen we helder uit hoe fysieke en synthetische replicatie werken en wanneer welke aanpak het meest geschikt is.

Fysieke ETF’s (Fysieke Replicatie)

Fysieke replicatie is de meest intuïtieve manier waarop een ETF een index volgt. Bij deze methode koopt de ETF daadwerkelijk de aandelen (of obligaties) die in de onderliggende index zitten. Het idee is simpel: als de ETF dezelfde beleggingen aanhoudt als de index, zal het rendement die index zo nauwkeurig mogelijk benaderen.

Er bestaan twee vormen van fysieke replicatie. Bij volledige fysieke replicatie koopt de ETF alle effecten uit de index, in exact dezelfde weging. Dit zie je vaak bij populaire en overzichtelijke indices, zoals de AEX of de S&P 500. Het voordeel hiervan is de hoge transparantie. Als belegger weet je immers precies wat er in de ETF zit. Het nadeel is dat deze methode duur of praktisch onhaalbaar kan zijn bij zeer grote of illiquide indices.

Daarom maken veel ETF’s gebruik van sampling ook wel geoptimaliseerde replicatie genoemd. Hierbij koopt de ETF slechts een representatieve selectie van de indexcomponenten. Deze selectie is zo samengesteld dat het rendement en risico zo dicht mogelijk bij de index blijven.

Fysiek gerepliceerde ETF’s kunnen daarnaast inkomsten genereren via securities lending, waarbij effecten tijdelijk worden uitgeleend. Dit kan het rendement verhogen, maar brengt ook (beperkte) extra risico’s met zich mee.

Synthetische replicatie

Synthetische replicatie is daarentegen een methode waarbij een ETF het rendement van een index volgt zonder de onderliggende effecten rechtstreeks te bezitten. In plaats daarvan maakt de ETF gebruik van derivaten, meestal in de vorm van een total return swap met een financiële instelling.

Bij zo’n swap sluit de ETF een overeenkomst met de tegenpartij, bijvoorbeeld een bank. De ETF levert het rendement van de effecten die hij wél bezit — vaak een mandje van liquide aandelen of obligaties — aan de bank. In ruil daarvoor ontvangt de ETF van de bank het rendement van de index die gevolgd moet worden. Zo kan de ETF de index precies volgen, zonder de effecten zelf te hoeven aanschaffen. De swap wordt regelmatig herzien, vaak dagelijks of wekelijks, zodat het rendement nauwkeurig overeenkomt met dat van de index.

Een belangrijk aandachtspunt bij synthetische ETF’s is het tegenpartijrisico. Dit is het risico dat de bank waarmee de swap is afgesloten haar verplichtingen niet kan nakomen, bijvoorbeeld bij financiële problemen of faillissement. In dat geval kan het rendement van de ETF afwijken van wat verwacht werd. Om dit te beperken, houden aanbieders meestal onderpand (collateral) aan en zijn er regels vanuit de UCITS-richtlijnen die het maximale risico van de tegenpartij beperken.

Synthetische ETF’s worden vooral toegepast in situaties waarin fysieke replicatie lastig is. Bijvoorbeeld bij indices met illiquide aandelen, complexe obligaties, grondstoffen of markten die moeilijk toegankelijk zijn voor buitenlandse beleggers. Door gebruik te maken van swaps kan de ETF het rendement van deze indices volgen, zonder dat hij alle onderliggende effecten daadwerkelijk hoeft aan te kopen.

Synthetische replicatie is daarmee een technische constructie die het mogelijk maakt om ook moeilijke of complexe markten nauwkeurig te volgen. 

Welke variant is “beter”?

Er bestaat geen eenduidig antwoord op de vraag welke vorm van replicatie beter is. Zowel fysieke als synthetische replicatie hebben specifieke kenmerken, voordelen en risico’s, en welke methode het meest geschikt is, hangt af van de persoonlijke situatie, kennis en voorkeuren van de belegger, evenals van de markt die wordt gevolgd.

Bij fysieke replicatie houdt de ETF de onderliggende aandelen of obligaties (of een representatieve selectie daarvan) daadwerkelijk aan. Dit maakt de samenstelling van de ETF doorgaans goed inzichtelijk en voor veel beleggers eenvoudig te begrijpen. Omdat de ETF de effecten zelf bezit, is er minder afhankelijkheid van financiële tegenpartijen. Tegelijkertijd kunnen fysieke ETF’s te maken krijgen met hogere kosten of praktische beperkingen bij zeer grote, complexe of minder liquide indices. Daarnaast kan bij internationale aandelen sprake zijn van fiscale inefficiënties, zoals dividendlekkage.

Bij synthetische replicatie wordt het rendement van een index gevolgd via derivaten, meestal een swap met een financiële instelling. Hierdoor kan een ETF ook indices volgen die moeilijk of kostbaar fysiek te repliceren zijn. Dit leidt in sommige gevallen tot een nauwkeurigere indexvolging en lagere kosten. Daar staat tegenover dat synthetische ETF’s afhankelijk zijn van een tegenpartij. Hoewel dit tegenpartijrisico binnen de UCITS-regels wordt begrensd en doorgaans wordt afgedekt met onderpand, blijft het een kenmerk waar beleggers rekening mee moeten houden. De structuur kan bovendien minder transparant aanvoelen voor beleggers die liever direct inzicht hebben in de aangehouden effecten.

Welke aanpak beter past, verschilt dus per situatie. Transparantie, kosten, fiscale aspecten, risico’s en de aard van de onderliggende markt spelen daarbij allemaal een rol. Voor beleggers is het daarom belangrijk om verder te kijken dan alleen het label “fysiek” of “synthetisch” en de kenmerken van de specifieke ETF in samenhang te beoordelen.

Tip
Automatische aandelenanalyse in LYNX+

LYNX+ maakt automatische aandelenanalyses voor de effecten die u interessant vindt. De webtrader geeft informatie over het verhandelde volume of de prestaties van een effect over een bepaalde periode.

  • Berekening van korte- en langetermijntrends op basis van kerncijfers
  • Automatische herkenning van technische koerspatronen en steun- en weerstandsniveaus
  • Vergelijk aandelen met een benchmark

Wanneer kiezen voor synthetische replicatie?

Hoewel fysieke replicatie vaak de voorkeur krijgt vanwege transparantie, kan synthetische replicatie in bepaalde situaties juist de betere optie zijn. Bij deze methode volgt een ETF een index via een swap, zonder de onderliggende effecten zelf te kopen. Dit maakt het mogelijk om markten te volgen die moeilijk toegankelijk of illiquide zijn, zoals bepaalde opkomende landen, complexe obligaties of grondstoffenindices.

Door gebruik te maken van een swap kan de ETF de index nauwkeurig volgen, zelfs als het praktisch onmogelijk zou zijn om alle individuele effecten aan te schaffen. Dit leidt vaak tot een lagere tracking difference, waardoor het rendement van de ETF dichter bij dat van de index ligt.

Daarnaast kan synthetische replicatie handig zijn in gevallen waar fysieke replicatie fiscale nadelen met zich meebrengt, zoals dividendlekkage bij buitenlandse aandelen. Synthetische ETF’s bieden daarmee flexibiliteit en precisie voor beleggers die toegang zoeken tot complexe of moeilijk bereikbare markten.

Conclusie

ETF’s bieden een toegankelijke manier om gespreid te beleggen, maar de manier waarop een ETF zijn index volgt, verdient aandacht. Het verschil tussen fysieke en synthetische replicatie zit niet zozeer in “goed” of “fout”, maar in de onderliggende structuur en de bijbehorende kenmerken. Transparantie, kosten, risico’s, fiscale aspecten en de aard van de markt die wordt gevolgd, kunnen per ETF verschillen en hebben invloed op hoe een ETF zich in de praktijk gedraagt.

Voor beleggers betekent dit dat het zinvol is om verder te kijken dan alleen de naam of het type replicatie. Door inzicht te hebben in hoe een ETF is opgebouwd en welke afwegingen daarbij zijn gemaakt, ontstaat een beter begrip van de risico’s en mogelijkheden. Zo kan iedere belegger, binnen zijn eigen kennisniveau en doelstellingen, een weloverwogen keuze maken die past bij zijn persoonlijke situatie.


Sven Van Gasse is junior content creator bij LYNX. Hij specialiseert zich vooral in waardebeleggen met behulp van fundamentele analyse, al zijn ook groeiaandelen hem niet vreemd. Met een frisse blik en innovatieve benadering deelt hij zijn inzichten voor het vinden van ondergewaardeerde aandelen en het begrijpen van bedrijfsfundamenten. Sven probeert hiernaast complexe financiële begrippen haarfijn uit te leggen, waardoor zijn publicaties populair zijn bij een breed publiek vanwege hun toegankelijkheid en praktische benadering.

Stuur een bericht naar Sven van Gasse
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.