Vertekende angst voor beurscrash

De Nederlandsche Bank (DNB) publiceerde recent een rapport met betrekking tot de financiële stabiliteit. Hieruit kwam o.a. naar voren dat het ruime beleid van centrale bankiers er mede voor heeft gezorgd dat de beweeglijkheid op de beurzen erg laag is. Vanwege deze rust zouden beleggers relatief meer bereid zijn om de risico’s op te zoeken. Maar als de rente weer stijgt door een normalisatie van het expansieve monetaire beleid, dan bestaat het risico van een marktcorrectie. Hierdoor kan een negatieve wisselwerking in gang worden gezet tussen overheden en banken. DNB-president Knot acht de risico’s van een correctie ‘vrijwel onvermijdelijk’.

In de maand oktober speelt de angst voor een grotere correctie dan normaal een grote rol. De aanvang van de vorige crisis in het najaar van 2007 staat veel beleggers namelijk nog vers in het geheugen gegrift. En 10 jaar daarvoor vond als gevolg van de oplopende spanningen tijdens de Azië-crisis een ontlading via een mini-krach in oktober 1997. En 10 jaar daarvoor was het met grootste koersdaling in oktober van 1987 sinds de beurskrach van 1929 ook al raak.

Geen wonder dus dat de aanhoudende hoogtepunten in de aandelenbeurzen in Wall Street aanleiding geven voor hoogtevrees. Deze hoogtevrees wordt toegeschreven aan o.a. hetgeen De Nederlandse Bank in haar rapport vermeld en de vraag op de voorpagina van de Amerikaanse editie van The Economist of de waarderingen thans niet te hoog zijn. De Dow Jones index toont nog geen enkel teken van angst.

Koersgrafiek Dow Jones index vanaf oktober 2016

In de LYNX  Masterclass over ‘beurscrashes en paniekbodems’ op 12 oktober werden tal van grote koersdalingen in de koersgrafieken van de Dow Jones Index vanaf 1896 getoond en besproken. De bedoeling van de presentatie was gericht op het herkennen van tijdige omslagpunten nog voordat een felle scherpe koersdaling zich doorgaans daarna voordoet. Kort samengevat komt het hier op neer: Beurscrashes worden vaak ingeluid door een verandering in het proces van vraag en aanbod.

De eerste aanwijzing is het onvermogen van een beursindex om boven een vorig hoogtepunt uit te stijgen. Meestal wordt dan een dubbele top gemaakt. Daarna volgt een trendbreuk van een stijgende steunlijn die langs de bodems kan worden getrokken. Herstelpogingen leveren daarna een lagere top op. De koersdaling onder de eerste correctiebodem na de laatste (lagere) top is de ultieme ‘verkooptrigger’ (zie voorbeeld koersgrafiek van de Dow Jones index eind 1899).

Grafiek Dow Jones Index 1899 t/m augustus 1900

Edward Loef genomineerd voor de Gouden Stier in de categorie Beste Technisch Analist

LTA levert onafhankelijke beleggingsresearch gebaseerd op methodieken die bekend staan als technische analyse. LTA of een aan haar gelieerde onderneming of persoon kan op elk willekeurig moment (in)direct een long of shortpositie hebben in de in deze publicatie genoemde financiële markten of instrumenten. Op alle publicaties is de disclaimer van www.edwardloef.com van toepassing.

Edward Loef

Edward Loef

Technisch Analist

Edward Loef heeft meer dan 25 jaar ervaring als technisch analist en heeft jarenlang gewerkt als senior technisch analist bij Theodoor Gilissen Bankiers. Daarvoor was hij actief als beleggingsadviseur bij onder andere F. van Lanschot en de Rabobank. Edward staat geregistreerd als Certified Financial Technician en verzorgt beleggingspresentaties, cursussen en consults op het gebied van technische analyse.

Gerelateerde artikelen

Contact icon Bel gratis naar
0800 2030
Contact icon E-mail naar
info@lynx.nl
Contact icon Chat met een
LYNX medewerker